Irene & Carlo bloggen over Sound Trip Academy

He Carlo,

Eerste blog! Om maar meteen met de deur in huis te vallen, wil ik beginnen bij wat zo te lezen het hart is van jouw onderwijsvisie voor de Sound Trip Academy. In die visie zie ik heel sterk terugkomen dat het startpunt van de Academy de individuele vraag van je student is. Dan denk ik aan een bepaald doel, een wens, een opdracht of vraagstuk, iets dat de student graag wil bereiken of op wil lossen: om verder te komen in zijn of haar leven als muzikant, om iets te bereiken of bij te dragen. In mijn werk als docent aan de Hogeschool Rotterdam kom ik veel studenten tegen die in hun eerste jaar starten vanuit een wens. Soms heel concreet, soms vrij vaag (“iets met mensen!”), soms groot en soms héél klein. Hoewel we binnen onze opleiding ons best doen om die persoonlijke missie recht te doen, merk ik ook dat studenten deze soms uit het oog verliezen in alles wat ze van ons ‘moeten’. 

Beginnen bij het begin

Ik word dus enthousiast bij jouw uitgangspunt dat die wens of vraagstuk zo centraal staat, dat het eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn om deze uit het oog te verliezen. Deze opvatting sluit goed aan bij de principes van probleemgestuurd onderwijs: een onderwijsvisie waarbij je niet start vanuit een vooraf vastgestelde onderwijsinhoud, maar vanuit het vraagstuk dat wordt ingebracht door de opleiding of in jouw geval, door de student zelf. Dolmans, De Grave, Wolfhagen & Van der Vleuten (2005) geven aan dat probleemgestuurd onderwijs in de basis uit drie essentiële elementen bestaat: 

  • het onderwijs start bij een vraagstuk (wens, probleem) waar studenten actief mee aan de slag moeten, een vraagstuk dat in de praktijk is ontstaan en dat ook in de praktijk wordt uitgevoerd;
  • de rol van de docent is die van coach: deze draagt niet op de klassieke manier kennis over, maar begeleidt de student die zelf het leerproces plant, monitort en evalueert;
  • studenten werken veel samen, in kleine groepen waar ze bijvoorbeeld vraagstukken bespreken, materialen en ideeën uitwerken, elkaar bevragen en discussies voeren. 

Als ik je flyer lees en vanuit de gesprekken die we hebben gehad, maak ik op dat deze elementen sterk terugkomen in jouw opzet van de Sound Trip Academy. Probleemgestuurd onderwijs (oorspronkelijk ontstaan en nog steeds veel toegepast binnen medische opleidingen) heeft zichzelf de afgelopen decennia bewezen en wordt inmiddels regelmatig in het hoger onderwijs toegepast, hoewel niet altijd als basisvisie. Waar ik in dit eerste blog nieuwsgierig naar ben, is vooral naar het begin: ‘dag 1’ van de opleiding als het ware. Daarin wil ik graag twee onderwerpen met je bespreken: de student zelf en de vraag of wens van die student. 

Het vertrouwen om te doen

In mijn ervaring als docent blijkt soms dat we er ‘in onderwijsland’ veel te goed in slagen om studenten een afwachtende houding aan te laten nemen. In een project dat ik op de hogeschool begeleid, geef ik mijn (vierdejaars) studenten alle ruimte om zelf hun aanpak te bepalen. Ze kiezen zelf het probleem waaraan ze willen werken, bedenken hoe ze dit gaan onderzoeken, wat ze nodig hebben… ik ondersteun hen door vooral kritische vragen te stellen en aan te moedigen. Hoe vaak ik de vrijheid die ze hebben ook benadruk, ze blijven toch alle mogelijke varianten op de vraag ‘doen we het goed zo?’ stellen. We hebben ze blijkbaar toch onbedoeld geleerd om vooral te luisteren naar hun docent in plaats van hun eigen hart en visie te volgen. Jij gaat straks aan de slag met studenten die waarschijnlijk uit een soortgelijk onderwijssysteem komen. Studenten die bovendien niet ‘succesvol’ waren volgens dat onderwijssysteem. Een label opgeplakt hebben gekregen of dat misschien wel bij zichzelf hebben gedaan. Die wellicht gedesillusioneerd zijn, en het vertrouwen kwijt zijn dat ze écht hun eigen doel en werkwijze mogen gaan kiezen. Hoe ga je hen meenemen? Hoe geef je hen het vertrouwen terug? Je manier van werken vraagt immers vertrouwen in jou, maar ook vertrouwen in henzelf. ‘Trust is key’, zoals je het zelf formuleert op je flyer. Wat zou je zeggen tegen de potentiële student die dat leest maar in alles twijfelt aan zijn of haar eigen kunnen?

Wat maakt een wens, doel, vraagstuk geschikt?

In mijn werk als afstudeercoördinator zie ik veel potentiële afstudeeronderwerpen de revue passeren: vraagstukken uit de praktijk waar studenten op basis van onderzoek een oplossing voor bedenken. Studenten krijgen veel ruimte om zelf met een onderwerp te komen, en veel van hen weten ons als docenten te verrassen met prachtige, originele onderwerpen, vaak vanuit échte persoonlijke betrokkenheid. Maar tegelijkertijd zijn er ook altijd studenten die met onderwerpen komen die weinig origineel zijn (er zijn al bibliotheken over volgeschreven), onderwerpen die veel te groot zijn of juist heel erg voorgestructureerd en daarmee te ‘makkelijk’ oplosbaar. Ik ga dan met ze in gesprek om te kijken in hoeverre we dit onderwerp toch passend kunnen maken. Belangrijk daarbij vind ik, naast de criteria waaraan volgens onze opleiding een afstudeeropdracht moet voldoen, vooral dat ik het gevoel krijg dat de student passie laat zien voor het onderwerp. Ze gaan er immers een jaar mee aan de slag, profileren zich uiteindelijk ook op dat specifieke onderwerp. 

Of het nu om afstudeerders gaat of om net startende studenten: in probleemgestuurd onderwijs is het probleem, de wens of de vraag, ontzettend belangrijk. Ook bij jou is dit je start, de kapstok waaraan je onderwijs wordt opgehangen. Waar ik benieuwd naar ben: hoe ga jij dat doen? Hoe ondersteun je je studenten bij het formuleren van een doel of vraagstuk? En aan welke eisen zouden de ingebrachte ideeën van de studenten moeten voldoen om geschikt te zijn voor jouw vorm van onderwijs? 

Ik ben benieuwd!

Irene

Bronvermelding

Dolmans, H.J.M., De Grave, W., Wolfhagen. I.H.A.P. & Van der Vleuten, C.P.M. (2005). Problem-based learning: future challenges for educational practice and research. Medical Education, 39: 732–741.

Irene van Krieken werkt als docent en onderwijskundige bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan de Hogeschool Rotterdam. Ze heeft een achtergrond als muzikant en blogt regelmatig over kunst en creativiteit op www.irenevankrieken.nl. Voor Sound Trip World schrijft ze over en weer met Carlo over de uitgangspunten van de Sound Trip Academy. 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmail

1 thought on “Irene & Carlo bloggen over Sound Trip Academy

  1. He Irene,

    Helemaal super dat je het blog avontuur aangaat! Ik verheug me er enorm op en hoop dat er meer mensen aan gaan sluiten. De visie van Sound Trip Academy zal best stof geven tot pittige discussies. Vooropgesteld, mijn doel is om de ontvanger van onderwijs, de student, optimaal te begeleiden in zijn route om een volwaardig professional te worden. In ons geval richten wij ons op jongeren die muzikaal leider willen worden. Dit laatste in de breedste zin van het woord. Wij richten ons op de “makers” rol. Muziek moet hierin een component zijn maar kan ook aangevuld worden met film, dans, tekst enz. Het gaat erom dat de student ontwikkelt in waar hij in wil ontwikkelen. Mensen staan centraal in mijn visie, niet een systeem.

    Mijn doel is niet om mij af te zetten tegen het reguliere onderwijs al vind ik wel dat we het heel ingewikkeld gemaakt hebben.

    In onze visie gaat het om het ontmoeten van boeiende mensen, inspireren en je laten inspireren en samen onwijs gaven dingen maken en vooral gave dingen DOEN.

    Kort samengevat: Meet, Inspire & Celebrate.

    Wat is er gaver dan samenwerken met positieve en gepassioneerde mensen. Alle leeftijden, achtergronden en disciplines. Hierin wijken wij dus enorm af ten opzichte van ons reguliere systeem. Waarom zetten we mensen bij elkaar van dezelfde leeftijd met ongeveer hetzelfde opleidingsniveau met één docent. Voor mij is het logischer om mensen van verschillende leeftijden en dus verschillende ervaringen bij elkaar te zetten. Iedereen heeft dan de rol van student en ook van leraar. De “docent” wordt meer een aanjager, een strategie ontwerper, een mentor. De kennis van die groep is vele malen groter dan van die ene docent.

    De groep moet goed “gecomponeerd” worden. Teveel uitdaging maakt mensen bang, te weinig maakt mensen passief. Dit is in mijn ogen de rol van de docent. De rest, daar ben je echt verbaast over hoe goed jongeren dat zelf kunnen!

    Een andere verantwoordelijkheid van een docent is om een realistisch beeld te creëren van het “toekomstige” werkveld. Laat jongeren meekijken in jouw praktijk en laat ze conclusies trekken.

    Nu ben ik aangekomen bij jouw eerste vraag: “Het vertrouwen om te doen”.

    Vertrouwen is voor mij de sleutel tot alles. Voor mijn doelgroep is dat vaak een pijnpunt. Zij hebben allang een aantal etiketten op zich geplakt gekregen: niet onderwijsbaar, lui, niet gedisciplineerd en zo zijn er nog wel een paar te bedenken. Deze etiketten ontstaan volgens mij doordat opleidingen en docenten hun eigen verwachtingen op de studenten projecteren. Wat nu als jij als docent de ruimte hebt om op zoek te gaan naar hoe een student leert, wat hem bezighoud, kortom waar is hij mee bezig? Hoe gaaf is dat! Als docent ben je continu aan het zoeken hoe jij je student kunt bereiken. Op den duur voelt je student dat je volledige aandacht hebt voor wie hij is. “Goed of fout” is niet meer waar het om gaat. Het doel is om maximaal uit jezelf te halen. Dit stelt hele hoge eisen aan een docent want hij moet kunnen spelen met zijn beroep, met zijn kennis. En je weet nooit waar het naartoe gaat. Je moet wel op het droge zijn, zowel vakmatig als in je persoonlijkheid. Dit laatste is waar jongeren respect voor hebben. En dan komt het wel goed met de factor vertrouwen! “Never a dull moment” zeg maar.

    Je tweede vraag: Wat maakt een wens, doel, vraagstuk geschikt?

    Eigenlijk is iedere wens, doel of vraagstuk geschikt mits je het kunt “doen”. Het gaat in mijn visie om het “doen”. Wat je ook bedacht hebt, in de praktijk gaat het erom dat je leert om je doel te behalen. Linksom, rechtsom, uiteindelijk gaat het om behendigheid en doorzettingsvermogen. Natuurlijk heb je daar kennis en vaardigheden voor nodig. Op deze manier moet je die heel snel opdoen omdat je gelijk moet functioneren. In jouw “goed gecomponeerde” groep zit voldoende bagage om een vangnet te creëren zodat je niet bang wordt. Elkaar helpen en dingen opvangen hoort volgens mij bij hoe mensen met elkaar omgaan. Dat moet je mensen leren, de rest gaat vrij organisch als je gewoon gaat “doen”.
    Het gaat er dan niet om dat je een hoger punt haalt dan je buurvrouw, maar dat JIJ functioneert.

    Of je vraag “concreet” is of “vaag”, is zo persoonsgebonden. Mijn werkwijze is voor mij super concreet. Ik weet vrij zeker dat niet iedereen die mening deelt!

    Tot slot heb ik ook een vraag voor jou.

    Mijn aanpak is gericht op het individu. Het individu moet als zodanig kunnen functioneren in een groep. De groep moet een optelsom zijn van al die individuen. Zodra het individu niet meer het gevoel heeft dat hij bestaat dan komt er angst, onvrede en passiviteit. Dat laatste is namelijk wel een veilige houding. Zit vrij weinig verantwoordelijkheid aan.

    Wij zeggen vaak dat een individu nooit groter mag zijn dan de groep. Hier zit zeker veel waarheid in als je het ziet als een verantwoordelijkheid naar elkaar. Is dat niet de hoofdzaak van wat wij jongeren moeten leren? Hebben wij niet veel meer behoefte aan performance coaches en mental coaches in plaats van aan kennis verstrekkers. Lopen wij daar niet hopeloos in achter? Moet internet niet een veel prominentere plaats krijgen bij docenten zodat ze mee kunnen “spelen” met hun studenten?

    Heel benieuw hoe jij hier over denkt.

    Carlo

Leave a Comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.